Hip of happening? | Hybrid cloud.
Draaien jouw applicaties en data verspreid over je eigen IT-infrastructuur en verschillende clouddiensten? Dan ben je niet de enige. Bijna alle organisaties hebben vandaag een hybride IT-omgeving. Maar dat betekent niet automatisch dat er een doordachte hybrid-cloudstrategie achter zit. Vaak zijn oplossingen her en der ontstaan de afgelopen jaren, zonder ze daarna nog eens onder de loep te hebben genomen. In deze blog nemen we je mee in waarom het slim is om dit nu alsnog te doen, en waarom je cloudstrategie zou moeten beginnen met data.
In de vierde aflevering van de podcastserie hip of happening? bespreekt host Tom Jessen die vraag met Eric Reuvers, Business Consultant Hybrid Datacenter bij Bechtle, en Menno de Liège, EMEA Partner Technology Officer bij Dell. Hun gesprek gaat over hybrid cloud, maar vooral over de keuzes erachter. Welke data en applicaties plaats je waar? Wat kost dat en wie houdt de regie?
Veel organisaties hebben de afgelopen jaren de keuze gemaakt om (deels) naar de cloud te gaan. E-mail werd een clouddienst, applicaties verhuisde naar Azure en bij een overname kwam er weer een extra IT-omgeving bij. Elk besluit had op dat moment een goede reden, maar de vraag is of die redenen nog gelden nu je organisatie, de kosten en de eisen aan data zijn veranderd.
Menno ziet dat ‘de cloud’ daardoor vaak als eindpunt werd behandeld. “De cloud werd plots gedefinieerd als een bestemming”, zegt hij in de aflevering. “Als iets was verhuisd, voelde de cloudstrategie compleet.” Eric herkent hetzelfde in het cloud-first-beleid. “Dat zegt iets over de richting, maar nog weinig over welke dienst je uitbesteedt, welke kennis je daarvoor nodig hebt en hoeveel flexibiliteit je organisatie ook echt gebruikt.”
Als je een goede hybridcloud-strategie wil opzetten, raad Eric aan om eerst te bepalen:
- Welke diensten ga je inhouse oppakken?
- Welke diensten wil je afnemen bij een hyperscaler?
Bepaal daarnaast de volgende zaken:
- Wat moeten bepaalde applicaties kunnen?
- Welke data gebruiken ze?
- Hoe snel moeten ze reageren?
- Wat als een leverancier, prijs of eis verandert?
Pas als je hier goed over hebt nagedacht, kun je beoordelen of je huidige strategie nog logisch is. Eric: “Ook wordt dan duidelijk waarom hybrid cloud veel meer is dan diensten afnemen bij verschillende hyperscalers.”
Menno maakt onderscheid tussen multi-cloud, waarbij je diensten uit meerdere clouds gebruikt, en een hybride model waarin je die omgevingen op een consistente manier beheert en gebruikt. Zonder die samenhang heb je geen overzicht en grip op het geheel.
Hoe lastig dat overzicht kan zijn, blijkt uit een praktijkvoorbeeld van Eric. “Een diervoederbedrijf met lokale systemen en een omvangrijke Azure-omgeving neemt in hoog tempo bedrijven over in Europa. De nieuwe locaties brengen applicaties, infrastructuur en medewerkers mee. Soms is niet meteen duidelijk wie lokaal verantwoordelijk is voor IT. Medewerkers met waardevolle kennis zijn bovendien vertrokken.”
Het bedrijf wil de omgevingen samenbrengen en de beveiliging voor de groeiende organisatie goed regelen. De eerste stap is dan niet nieuwe hardware kiezen. “Als eerste was de inventarisatie van oké, waar hebben we het nu over?”, vertelt Eric. “Welke systemen zijn er, wie beheert ze en wat hebben ze nodig?” Volgens hem is dat werk na zeven à acht maanden nog niet helemaal afgerond. Ook het eindbeeld ontwikkelt zich terwijl er meer informatie boven water komt.
Dat klinkt misschien traag voor een organisatie die snel groeit. Toch heeft een ontwerp weinig waarde als essentiële afhankelijkheden ontbreken. Een applicatie kan technisch eenvoudig te verplaatsen lijken, terwijl ze lokaal een machine aanstuurt of leunt op een dienst die nog niet in kaart is gebracht. Bij elke overname kan bovendien boven water komen dat andere afspraken over beveiliging of beheer nodig zijn.
In deze case tekent zich daarom geen keuze voor één bestemming af. Het plan is om:
- Lokale hardware te behouden voor applicaties die bij de machines moeten draaien.
- Voor andere technologie wil het bedrijf diensten uit de cloud gebruiken, onder meer omdat het niet op iedere locatie de benodigde kennis kan opbouwen.
- Welke verdeling uiteindelijk het beste werkt, staat nog niet volledig vast.
Deze situatie herken je misschien ook bij jouw organisatie. Een cloudstrategie moet richting geven terwijl de werkelijkheid blijft bewegen.
De public cloud maakt het mogelijk om snel capaciteit toe te voegen en weer terug te schalen. Dat kan nuttig zijn voor een organisatie die door overnames groeit. Maar Menno plaatst er een kanttekening bij. “Veel applicaties zijn niet ontworpen om gericht gebruik te maken van die flexibiliteit”, zegt hij.
Neem zijn voorbeeld van een webwinkel die rond de feestdagen meer verkeer krijgt. Als vooral het winkelmandje extra capaciteit nodig heeft en de applicatie daarop is ingericht, kun je dat onderdeel gericht opschalen. Is dat niet mogelijk, dan moet mogelijk de hele applicatie groter draaien. De capaciteit is beschikbaar, maar je betaalt voor meer dan je nodig hebt.
Dat risico ziet Menno ook bij applicaties die zonder aanpassing naar de public cloud verhuizen en daar dag en nacht blijven draaien. Dan gebruik je volgens hem onvoldoende waar die omgeving sterk in is. Menno: "Dat komt met een prijs. De vraag is dus of een applicatie die mogelijkheid ook echt benut.”
Daarom is ‘public of private cloud: wat is goedkoper?’ te grof als vraag om beslissingen aan op te hangen. Kijk per applicatie naar het gebruik, de benodigde capaciteit en de mogelijkheid om op te schalen. Neem ook kosten mee die je misschien in eerste instantie over het hoofd ziet in een technische vergelijking, zoals lokaal beheer, beschikbare kennis en de tijd die nodig is om iets te veranderen.
Voor de CFO en IT-directeur telt daarnaast de voorspelbaarheid. Bij eigen hardware ken je de initiële investering; bij clouddiensten hangen de maandelijkse kosten sterker samen met gebruik en afgenomen diensten. Dat vraagt om afspraken over capaciteit en budget. Eric beschrijft hoe een IT-afdeling in sommige organisaties eenvoudig kan opschalen, terwijl de rekening pas aan het einde van de maand op een andere afdeling binnenkomt. Tegen de tijd dat duidelijk is wat er is gebeurd, ben je weer weken verder.
De locatie van een applicatie kun je niet los zien van de data die ze gebruikt. Dat speelt extra bij AI. Menno wijst erop dat organisaties zich vooral met hun eigen data kunnen onderscheiden. Zijn advies: “Ga van cloud-first naar data-first. Bepaal vanuit je data waar je diensten het beste kunt onderbrengen. Voor AI kan dat betekenen dat je de toepassing dichter bij de data brengt. Je wilt AI kunnen brengen naar de data in plaats van de data naar de AI.”
Maar controle over data is niet hetzelfde als controle over alles wat je nodig hebt om die data te gebruiken. Dat wordt concreet in de case van Eric. Het bedrijf gebruikt een centrale authenticatiedienst uit de cloud. Gegevens kun je misschien naar een andere omgeving verplaatsen, maar dan maak je je nog niet automatisch los van je huidige aanbieder.
Medewerkers en systemen moeten namelijk toegang houden. Eric vat het probleem scherp samen: “Daarmee krijg je je data wel lokaal, maar de toegang niet geregeld.” Dat biedt perspectief op afhankelijkheid van leveranciers. Menno: “Keuzes voor open standaarden kunnen helpen om applicaties en data later te verplaatsen.”
Tegelijk laat de authenticatiedienst zien dat je verder moet kijken dan opslag en applicatiecode:
- Welke diensten zijn onmisbaar om toegang te krijgen?
- Wat zou er moeten veranderen als je ooit van aanbieder wilt wisselen?
Niet iedere afhankelijkheid is verkeerd. Je kan bewust voor een specifieke dienst omdat die veel oplevert. Het risico ontstaat wanneer niemand meer weet welke gevolgen die keuze heeft voor latere besluiten.
Zodra je per applicatie een afweging maakt, schuiven er meer mensen aan tafel:
- De IT-architect wil weten wat technisch past;
- De CISO kijkt naar data en beveiliging;
- Finance wil inzicht in kosten en voorspelbaarheid;
- De business wil dat een overgenomen vestiging snel kan doorwerken.
Die belangen raken dezelfde cloudkeuze, maar leiden niet vanzelf tot hetzelfde antwoord. Eric ziet dat ook bij het diervoederbedrijf. Bechtle brengt onder meer cloudspecialisten en engineers voor de lokale infrastructuur bij elkaar om de mogelijkheden door te rekenen. Eric: “Het gesprek gaat daarbij verder dan de aanschaf van technologie. Ook contracten, beheer, security en toekomstige groei tellen mee.”
De regie kan per organisatie verschillen. Belangrijker is dat je duidelijk in kaart hebt wie de afweging maakt en wie de gevolgen blijft opvolgen. Een goede cloudstrategie is geen eenmalige tekening met pijlen tussen datacenters en leveranciers. Ze helpt je opnieuw te beslissen wanneer een applicatie verandert, kosten oplopen of de organisatie groeit. Daarvoor moet je weten welke keuze eerder is gemaakt, waarom die logisch was en wanneer je haar opnieuw wilt beoordelen.
Stel jezelf als organisatie deze vraag: als je vandaag opnieuw mocht kiezen waar je belangrijkste data en applicaties draaien, zou je dan op dezelfde plekken uitkomen?
In de podcastserie hip of happening? leggenTom Jessen, Eric Reuvers en Menno de Liège Hybrid Cloud langs de Bechtle Beat. Waar staat deze ontwikkeling vandaag? Welke keuzes leveren in de praktijk waarde op en waar vraagt een bestaande cloudstrategie om een nieuwe blik? Hun duiding hoor je in de aflevering.
Onze Hybrid Cloud Strategy Check helpt je de keuzes rond data, applicaties, afhankelijkheden en kosten opnieuw tegen het licht te houden.